geest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geest
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ziel, onstoffelijk wezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 776 [1]
  • In de betekenis van ‘grond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 911 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord geest geesten
verkleinwoord geestje geestjes

Zelfstandig naamwoord

geest m

  1. dat wat zich afspeelt in iemands gedachten
     Mijn lichaam en geest waren volledig in harmonie met elkaar.[2]
  2. een onsubstantieel wezen
    • Kinderen zijn vaak bang van geesten. 
  3. personen met een bepaalde attitude
     Op de trail had ik eindelijk het gevoel een hippie te zijn omdat ik in een gemeenschap leefde van vrije geesten, kleurrijk en stoffig.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen