koe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een koe

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koe
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord): Afkomstig van Oudnederlands kuo (getuigd in kuosmero ‘boter’, letterlijk ‘koesmeer’), uit Oergermaans nominatief *kōz, obliek *kū-, uit Indo-Europees *gʷéh₃-u-s, obliek gʷh₃-u-, een afleiding van *gʷeh₃- ‘weiden’.[1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord koe koeien
verkleinwoord koetje koetjes

Zelfstandig naamwoord

koe v

  1. (zoogdieren) (veeteelt) een vrouwelijk rund, ook het vrouwtje van de grote zoogdieren als walvissen en olifanten
  2. (dysfemisme) een vrouw die iets doms of lomps doet
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

De koe bij de hoorns vatten.

  • Een zaak stevig aanpakken.
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Guus Kroonen, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013, p. 299.


Niueaans

Voornaamwoord

koe

  1. jij
  2. je


Tuvaluaans

Voornaamwoord

koe

  1. jij
  2. je