kun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

Werkwoord

kun

vervoeging van
kunnen
  1. (in inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnen
    Kun je even kijken of dit wel klopt?


Esperanto

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse cum of het Spaans-Italiaanse con.

Voorzetsel

kun

  1. met
    «Li iris kun ŝi a la parko.»
    Hij ging met haar naar het park.


Fins

Vragend voornaamwoord

kun

  1. wanneer


Ido

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse cum of het Spaans-Italiaanse con.

Voorzetsel

kun

  1. met
    «Ilu iris kun elu a la parko.»
    Hij ging met haar naar het park.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kun
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Deens als verkorting van ikkun, dat van ikke uden komt.
Naar frequentie 393

Bijwoord

kun

  1. slechts
Synoniemen


Veluws

Werkwoord

kun

  1. kunnen


Volapük

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse cow of het Duitse Kuh.

Zelfstandig naamwoord

kun

  1. koe