Naar inhoud springen

kun

Uit WikiWoordenboek

kun

vervoeging van
kunnen
  1. (in inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnen
    • Kun je even kijken of dit wel klopt? 


  • Van het Latijnse cum of het Spaans-Italiaanse con.

kun

  1. met
    «Li iris kun ŝi a la parko.»
    Hij ging met haar naar het park.


kun

  1. wanneer


  • Van het Latijnse cum of het Spaans-Italiaanse con.

kun

  1. met
    «Ilu iris kun elu a la parko.»
    Hij ging met haar naar het park.


  • kun
  • Afkomstig uit het Deens als verkorting van ikkun, dat van ikke uden komt.
Naar frequentie 417

kun

  1. slechts


kun

  1. dag


kun

  1. kunnen


  • Van het Engelse cow of het Duitse Kuh.

kun

  1. koe