zoogdier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoog·dier
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dier dat zijn jongen met melk voedt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1811 [1]
  • samenstelling van  zoog ww  en  dier  
enkelvoud meervoud
naamwoord zoogdier zoogdieren
verkleinwoord zoogdiertje zoogdiertjes

Zelfstandig naamwoord

zoogdier o

  1. (zoogdieren) een warmbloedig, gewerveld en viervoetig dier waarvan de jongen gezoogd worden, behorend tot de mammalia
    • De meeste dieren op aarde zijn zoogdieren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen