beest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
de prinsesjes en het beest [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beest
enkelvoud meervoud
naamwoord beest beesten
verkleinwoord beestje beestjes

Zelfstandig naamwoord

beest o

  1. (dierkunde) dier, gebruikt om het aardse, niet menselijke van een dier te benadrukken
    In het verotte vlees krioelde het van de beestjes.
  2. benaming voor een mens, meestal een man, als men wild en dierlijk gedrag wil aangeven, positief en negatief gebruikt; wat een beest
    De dronken man gedroeg zich als een wild beest.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Meer informatie