beest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
de prinsesjes en het beest [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beest
enkelvoud meervoud
naamwoord beest beesten
verkleinwoord beestje beestjes

Zelfstandig naamwoord

beest o

  1. (dierkunde) dier, gebruikt om het aardse, niet menselijke van een dier te benadrukken
    • In het verotte vlees krioelde het van de beestjes. 
  2. benaming voor een mens, meestal een man, als men wild en dierlijk gedrag wil aangeven, positief en negatief gebruikt; wat een beest
    • De dronken man gedroeg zich als een wild beest. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
beesten

beest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van beesten
  2. gebiedende wijs van beesten