kalf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
4=kalf of tussendorpel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kalf
1 enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalveren
verkleinwoord kalfje kalfjes
kalvertjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalven
verkleinwoord kalfje kalfjes

Zelfstandig naamwoord

kalf o

  1. (dierkunde) (veeteelt) jong van het rund en sommige andere zoogdieren
  2. (bouwkunde) een horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht
Synoniemen
Afgeleide begrippen

[1]

Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kalven

kalf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
    Ik kalf.
  2. gebiedende wijs van kalven
    Kalf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
    Kalf je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalwers

Zelfstandig naamwoord

kalf

  1. kalf