kalf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
koe met kalf [1]
4=kalf [2] of tussendorpel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kalf
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalveren
verkleinwoord kalfje kalfjes
kalvertjes
2, 3 enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalven
verkleinwoord kalfje kalfjes

Zelfstandig naamwoord

kalf o

  1. (dierkunde) (veeteelt) jong van het rund en sommige andere zoogdieren
  2. (bouwkunde) horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) groot mes
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kalven

kalf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
    Ik kalf.
  2. gebiedende wijs van kalven
    Kalf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven
    Kalf je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kalf kalwers

Zelfstandig naamwoord

kalf

  1. kalf