ko
Uiterlijk
- ko
- [A] van Japans 劫 (kō) eigenlijk: "bedreigen"
- [B] (initiaalwoord) van Engels KO voor knock out [1]
- [C] (initiaalwoord) van koninklijke onderscheiding
- [D] (initiaalwoord) van kleuteronderwijs
- [E] (initiaalwoord) van kleuteronderwijs
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | ko's |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
[A] het ko o
- (spel) repeterende stelling bij het go-spel
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | ko's |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
[B] de ko m
- (sport) (boksen) uitschakeling van de tegenstander met een slag waardoor die het bewustzijn verliest
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | ko |
| verbogen | - |
- (sport) (boksen) door een rake slag van de tegenstander buiten bewustzijn geraakt en daardoor uitgeschakeld
| [C] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | ko's |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
[C] de ko v
- (regering) (Nederland) decoratie die in naam van de vorst door de nationale overheid wordt uitgereikt
- lintje (informeel)
| [D] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | - |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
[D] het ko o
| [e] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | - |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
[E] het ko o
- Het woord ko staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
ko

koe
- ko
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | ko | koen | køer | køerne |
| genitief | kos | koens | køers | køernes |
ko, g
- (veeteelt) koe, (een vrouwelijke huisdier, Bos taurus
, dat een kalf heeft gehad) - (dierkunde) volwassen vrouwelijk dier van andere grote diersorten
- (scheldwoord) onhandige, grote of domme persoon, waarbij meestal op een vrouw gedoeld wordt
- [1]: Der er ingen ko på isen!
(figuurlijk) Geen gevaar!
- [1]: hellig ko
heilige koe (na de Hindoe religie:
(figuurlijk) iets dat niet kan worden aangeraakt of bekritiseerd)
(figuurlijk) iets dat niet kan worden aangeraakt of bekritiseerd)
- ko in: Det Danske Sprog- og LitteraturselskabDen Dankse Ordbog
op website:ordnet.dk
ko
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | kij |
| verkleinwoord | koke |
- IPA: /koṷ/
- ko
ko
- (evenhoevigen) koe, rund
- (veeteelt) koe; een vrouwelijk rund
|
|
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
naamval | enkelvoud en meervoud |
|---|---|
| nominatief | kas |
| genitief | kā |
| datief | kam |
| accusatief | ko |
| instrumentalis | ar ko |
| locatief | (kur) |
ko
- wie, wat, met wie, met wat, waarmee (accusatief en instrumentalis van kas)
ko
- die, wie, welke, wat, met wie, met welke, waarmee (accusatief en instrumentalis van kas)
ko
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | konen / koon |
| verkleinwoord |
ko

- ko
ko
ko
ko
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ko | konen / koon |
| verkleinwoord |
ko
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ko
| kos | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | ko | kon | kor | korna |
| genitief | kos | kons | kors | kornas |
ko, g
- (evenhoevigen), Bos taurus
, koe
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 2
- Heteroniem in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Initiaalwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Spel in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Regering in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Bambara
- Werkwoord in het Bambara
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 2
- Woorden in het Deens met audioweergave
- Woorden in het Deens met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Veeteelt in het Deens
- Dierkunde in het Deens
- Scheldwoord in het Deens
- Woorden in het Drents
- Zelfstandig naamwoord in het Drents
- Veeteelt in het Drents
- Woorden in het Fries
- Zelfstandig naamwoord in het Fries
- Woorden in het Fries met IPA-weergave
- Evenhoevigen in het Fries
- Zoogdieren in het Fries
- Veeteelt in het Fries
- Woorden in het Lets
- Vragend voornaamwoord in het Lets
- Betrekkelijk voornaamwoord in het Lets
- Woorden in het Mapudungun
- Zelfstandig naamwoord in het Mapudungun
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Veeteelt in het Nedersaksisch
- Woorden in het Toki Pona
- Woorden in het Toki Pona van lengte 2
- Woorden in het Toki Pona met audioweergave
- Woorden in het Toki Pona met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Toki Pona
- Werkwoord in het Toki Pona
- Bijvoeglijk naamwoord in het Toki Pona
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws
- Veeteelt in het Veluws
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 2
- Woorden in het Zweeds met audioweergave
- Woorden in het Zweeds met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Evenhoevigen in het Zweeds
- Zoogdieren in het Zweeds