ko

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een koe

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko

Zelfstandig naamwoord

ko

  1. (tweeletterwoord) repeterende stelling bij het go-spel


Bambara

Werkwoord

ko

  1. aankomen, arriveren.
  2. wassen, reinigen.


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord kýr (datief en accusatief van )
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ko     koen     køer     køerne  
genitief   kos     koens     køers     køernes  

Zelfstandig naamwoord

ko, g

  1. (dierkunde), (tweeletterwoord) Bos taurus Wikispecies-logo-en.png, koe (een vrouwelijke huisdier dat een kalf hebt gehad)
  2. (dierkunde) een volwassen vrouwelijk dier van andere grote diersorten
  3. (scheldwoord) een onhandige, grote of domme persoon in het bijzonder van een vrouw
Hyperoniemen
Spreekwoorden
  • [1]: Der er ingen ko på isen!
(figuurlijk) Geen gevaar!
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: hellig ko
heilige koe (na de Hindoe religie:
(figuurlijk) iets dat niet kan worden aangeraakt of bekritiseerd)



Lets


naamval
enkelvoud
en meervoud
nominatief kas
genitief
datief kam
accusatief ko
instrumentalis ar ko
locatief (kur)

Vragend voornaamwoord

ko

  1. wie, wat, met wie, met wat, waarmee (accusatief en instrumentalis van kas)

Betrekkelijk voornaamwoord

ko

  1. die, wie, welke, wat, met wie, met welke, waarmee (accusatief en instrumentalis van kas)


Mapudungun

Zelfstandig naamwoord

ko

  1. water


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ko     kon     kor     korna  
genitief   kos     kons     kors     kornas  

Zelfstandig naamwoord

ko, g

  1. (dierkunde), (tweeletterwoord) Bos taurus Wikispecies-logo-en.png, koe
Hyperoniemen