walvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wal·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord walvis walvissen
verkleinwoord walvisje walvisjes

Zelfstandig naamwoord

walvis m

  1. (zoogdieren) Orde van Cetacea, de gemeenschappelijke naam voor een groep van circa 80 soorten in het water levende zoogdieren
    • ‘Wat denk je van… bijvoorbeeld een walvis? Wat als ik een verhaaltje vertelde over een zoogdier dat onder water leeft, in de zee, en dat dier gebruikt sonar en zingt liedjes en is zó groot; zijn hart is even groot als een auto, en je zou door zijn aderen kunnen zwemmen. Dat is net zo sprookjesachtig als elfjes, toch?’ [3] 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen