kou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kou
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kou -
verkleinwoord koutje koutjes

Zelfstandig naamwoord

kou v

  1. situatie met lage temperatuur
     Snel pakte ik mijn rugzak in en vertrok met een dikke laag kleren aan. Binnen een uur was ik de kou weer vergeten omdat het zweet langs mijn hoofd begon te druipen.[2]
  2. een virusinfectie aan keel of neus
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. kou op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Drents

Zelfstandig naamwoord

kou

  1. (zoogdieren) koe; een vrouwelijk rund
Schrijfwijzen
Synoniemen


Gronings

Zelfstandig naamwoord

kou

  1. (zoogdieren) koe; een vrouwelijk rund
Synoniemen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

kou

  1. (zoogdieren) koe; een vrouwelijk rund
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie


Oost-Fries

Zelfstandig naamwoord

kou

  1. (zoogdieren) koe; een vrouwelijk rund
Schrijfwijzen