Naar inhoud springen

kou

Uit WikiWoordenboek
  • kou
enkelvoud meervoud
naamwoord kou
verkleinwoord koutje koutjes

dekouv

  1. situatie met lage temperatuur; de afwezigheid van warmte
     Stram van de kou en de spierpijn hijs ik mezelf uit bed.[2]
     Snel pakte ik mijn rugzak in en vertrok met een dikke laag kleren aan. Binnen een uur was ik de kou weer vergeten omdat het zweet langs mijn hoofd begon te druipen.[3]
  2. een virusinfectie aan keel of neus
Kou op Hawaï
enkelvoud meervoud
naamwoord kou
verkleinwoord koutje koutjes

dekoum

  1. (bloemplanten) Cordia subcordata op Wikispecies een plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae op Wikispecies)
98 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[4]
  • [1] kou op Wikidata op Wikidata
  1. kou op website: Etymologiebank.nl
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

kou

  1. (evenhoevigen) koe; een vrouwelijk rund

kou

  1. (evenhoevigen) koe; een vrouwelijk rund

kou

  1. (evenhoevigen) koe; een vrouwelijk rund

kou

  1. (evenhoevigen) koe; een vrouwelijk rund