stier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Een stier in de Oostervaardersplassen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stier
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mannelijk rund’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord stier stieren
verkleinwoord stiertje stiertjes

Zelfstandig naamwoord

stier m

  1. (zoogdieren) mannelijk rund dat niet gecastreerd is
  2. (zoogdieren) mannetje van sommige grote zoogdieren als de walvis, de olifant en de eland
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stieren

stier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stieren
    • Ik stier. 
  2. gebiedende wijs van stieren
    • Stier! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stieren
    • Stier je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen