cel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse cella.
enkelvoud meervoud
naamwoord cel cellen
verkleinwoord celletje celetjes

Zelfstandig naamwoord

cel v/m

  1. een kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
    Gevangenen wonen meestal in kleine cellen.
  2. een kleine ruimte (in een klooster)
    In een klooster bevinden zich cellen.
  3. (biologie) de kleinste eenheid binnen een levend organisme waarin alle genetische informatie vervat zit
    Iedere levensvorm heeft cellen.
  4. een zeshoekige opslagplaats in een bijenraat
  5. (techniek) een element van een batterij, een accu of een ander apparaat
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Etruskisch

Zelfstandig naamwoord

cel

  1. aarde