kerker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ker·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord kerker kerkers
verkleinwoord kerkertje kerkertjes

Zelfstandig naamwoord

kerker m

  1. een ondergrondse ruimte die bestemd is voor het opsluiten van gevangenen
    • De dief werd in de kerker geworpen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie