noodcel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·cel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodcel noodcellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noodcel v/m

  1. een tijdelijke gevangeniscel
    • Er zijn vreemdelingen die maanden doorbrengen in een noodcel, om vervolgens weer te worden vrijgelaten. Meer dan de helft van de mensen in vreemdelingenbewaring belandt uiteindelijk op straat, blijkt uit onderzoek.[1] 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Volkskrant Toine Heijmans 30 oktober 2005 Verhard vreemdelingenbeleid mondt uit in tragedie