kankercel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ker·cel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kankercel kankercellen
verkleinwoord kankercelletje kankercelletjes

Zelfstandig naamwoord

kankercel v / m

  1. een cel van kanker.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.