cela
Uiterlijk
- verbinding van ce en là [1]
cela
- dat (zelfstandig gebruikt) als in "dat ding daar" (alleen voor objecten)
- ↑ cela (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
| vervoeging van |
|---|
| celar |
cela
- ce·la
cela
- cel; een kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
- cel; een kleine ruimte (in een klooster)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | cela | cely |
| genitief | cely | cel |
| datief | cele | celám |
| accusatief | celu | cely |
| vocatief | celo | cely |
| locatief | cele | celách |
| instrumentalis | celou | celami |
cela
- nominatief meervoud van celo
- accusatief meervoud van celo
- vocatief meervoud van celo
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Frase in het Frans
- Aanwijzend voornaamwoord in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 4
- Werkwoordsvorm in het Spaans
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Woorden in het Tsjechisch met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Tsjechisch