beencel
Uiterlijk

- been·cel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beencel | beencellen |
| verkleinwoord |
- (biologie) de meest voorkomende cel in botweefsel
- Het woord beencel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beencel" herkend door:
| 77 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be