eicel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

eicel
Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·cel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eicel eicellen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eicel v / m

  1. (biologie) vrouwelijke geslachtscel, ovum
    • Na de bevruchting van de eicel door een zaadcel kan er een baby gaan groeien. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be