vliegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlie·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vliegen
vloog
gevlogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

vliegen

  1. (inergatief) zich door de lucht voortbewegen
    Hoe vaak per jaar vliegt u naar het buitenland?
  2. (insecten) Brachycera Wikispecies-logo-en.png insecten behorend tot de orde der tweevleugeligen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
  • vliegende start:
    • bij een race met tijdmeting: de tijd en afstand van het op gang komen telt niet mee
    • figuurlijk: snel op gang komen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vliegen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vlieg

Meer informatie