vliegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlie·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vliegen
vloog
gevlogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

vliegen

  1. inergatief zich door de lucht voortbewegen
  2. inergatief zich door de lucht voortbewegen met behulp van een vliegtuig
    • Hoe vaak per jaar vliegt u naar het buitenland? 
     Mijn vrouw houdt niet van vliegen waardoor zij dertig jaar geleden de bewuste keuze heeft gemaakt dat nooit meer te doen.[2]
  3. heel snel en gehaast voortbewegen
     Toen zij weer bij het paleis kwamen, vlogen alle Pieten naar buiten en riepen: `Hebben jullie de toverdrank?'[3]
     De wildste scenario’s vlogen door mijn hoofd.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de lucht vliegen
exploderen
  • vliegende start
bij een race met tijdmeting: de tijd en afstand van het op gang komen tellen niet mee
  • vliegende start
figuurlijk: snel op gang komen
  • ik zie ze vliegen
figuurlijk: ik heb grote honger
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vliegen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vlieg
  2. (insecten) Brachycera op Wikispecies insecten behorend tot de orde der tweevleugeligen
Uitdrukkingen en gezegden
  • we zij hier niet om vliegen te vangen
we zijn hier om te werken niet om onze tijd te verdoen met onnutte zaken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vliegen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 2,0 2,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 13
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be