Naar inhoud springen

vloog

Uit WikiWoordenboek
  • vloog
vervoeging van
vliegen

vloog

  1. enkelvoud verleden tijd van vliegen
    • Ik vloog. 
    • Jij vloog. 
    • Hij, zij, het vloog. 
     En as vloog ons met de zilte zeewind tegemoet.[1]
     Tussen een dag en een jaar was weinig verschil, en zo vloog haar jeugd voorbij.[2]
97 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be