vliegangst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg·angst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegangst -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vliegangst m

  1. (psychologie) vrees om in een vliegtuig te reizen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie