vlieggewicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] vlieggewicht bokser
Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg·ge·wicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlieggewicht vlieggewichten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vlieggewicht v/m [1]

  1. iets of iemand met een zeer lage massa
    • De Suzuki Swift heeft altijd goed gescoord door zijn guitige koetswerk en leuke rij-eigenschappen. De nieuwe versie moet het minder hebben van zijn uiterlijk, maar meer van het zeer lage gewicht dat voordelen biedt qua verbruik en kosten. Eind april staat deze vlieggewicht bij de dealers, voor prijzen vanaf 15.499 euro. [2] 
    • Een gevecht tussen twee vlieggewichten (maximaal 57 kilogram) tijdens Fight Night Utica gaat de boeken in als een van de meest bizarre in de geschiedenis van de UFC. [3] 

vlieggewicht o

  1. een gewichtsklasse bij vechtsporten en krachtsporten
    • Alflen, slechts 1,56 meter lang, veroverde van 1951 tot 1970 liefst negentien jaar achtereen de nationale titel in het vlieggewicht. [4] 
    • De Britse Nicola Adams heeft vandaag in Londen het eerste olympisch goud ooit bij boksen voor vrouwen gewonnen. Ze deed dat in het vlieggewicht, door de Chinese Ren Cancan te verslaan (16-7). Brons was voor Mary Kom uit India en de Amerikaanse Marlen Esparza. [5] 
  2. de massa van een vliegtuig tijdens de vlucht dus inclusief bemanning, vracht, passagiers en brandstof
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen