vervliegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vlie·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervliegen
vervloog
vervlogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

vervliegen

  1. ergatief in damp opgaan, snel verdwijnen.
    • Wat is de tijd snel vervlogen! 
    • De ether was aan het vervliegen 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.