vliegramp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg·ramp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegramp vliegrampen
verkleinwoord vliegrampje vliegrampjes

Zelfstandig naamwoord

vliegramp v/m

  1. (luchtvaart) een ongeluk in de lucht
    • De vliegramp eiste veel slachtoffers. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie