schorpioenvlieg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schor·pi·oen·vlieg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schorpioenvlieg schorpioenvliegen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schorpioenvlieg v / m

  1. (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde Mecoptera op Wikispecies, waarbij de mond in een uitsteeksel aan de kop zit
     Zoals wel meer het geval is in de biologie, is de naam van de sneeuwvlo slecht gekozen: het diertje is namelijk geen vlo maar een schorpioenvlieg.[2]
    1. (pregnant) benaming voor insecten uit de familie Panorpidae op Wikispecies
       Andere insecten blijven plakken aan spinrag, maar de schorpioenvlieg niet.[3]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 27 juli 2022 Weblink bron Dirk Draulans “Beestenboel: sneeuwvlooien planten zich enkel in winter voort” (9 januari 2018) op knack.be
  3. Bronlink geraadpleegd op 27 juli 2022 Weblink bron Aglaia Bouma “De schorpioenvliegvrouw wil altijd meer” (7 mei 2022) op nrc.nl