vliegvuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg·vuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegvuur vliegvuren
verkleinwoord vliegvuurtje vliegvuurtjes

Zelfstandig naamwoord

vliegvuur o

  1. door de lucht vliegende vonken.
    • Het vliegvuur van een brand kan er voor zorgen dat een brand overslaat. 

Gangbaarheid