nemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·men
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: nemen
Oudnederlands: neman
Germaans: *nemanan
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: nim, numb (Angelsaksisch: niman), Duits: nehmen, (Oudhoogduits: neman), Fries: nimme (Oudfries: nema)
Noord: Deens: nemme, (Oudnoords: nema), IJslands/Faeröers: nema
Oost: Gotisch: niman
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nemen
/'nemə(n)/
nam
/nɑm/
genomen
/ɣə'nomə(n)/
klasse 4 volledig

Werkwoord

nemen

  1. (palindroom) (overgankelijk) iets vastpakken met de handen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de schop nemen
  • Als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand
als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp
  • Bij de neus nemen
iemand beetnemen
  • Een loopje met iemand nemen
zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft)
  • Een slaapmutsje nemen
een borreltje nemen voor het slapen gaan
  • Gedane zaken nemen geen keer.
iets dat gebeurd is, kan je niet meer terugdraaien
  • Geen blad voor de mond nemen
precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt
  • Het heft in eigen hand(en) nemen
de leiding nemen
  • Iemand in de arm nemen
iemand de hulp vragen om te ondersteunen
  • Iemand in de boot nemen
met iemand een grap uithalen
  • Iemand in de maling nemen
iemand voor de gek houden
  • Iemand in het ooitje nemen
met iemand een grap uithalen of voor de gek houden
  • Iemand onder handen nemen
iemand flink aanpakken
  • Iemand onder zijn vleugels nemen
iemand beschermen of verzorgen
  • Iemand op de hak nemen
iemand er van tussen nemen of over iemand praten in uiting van spot
  • Iemand op sleeptouw nemen
omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen ofwel: iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen ofwel: iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft
  • Iemand te grazen nemen
iemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen
  • Iets met een korreltje zout nemen
iets beschouwen als overdreven
  • Iets of iemand op de korrel nemen
Kritiek op iets of iemand hebben
  • Iets onder de loep nemen
iets nauwkeurig onderzoeken
  • Op de koop toe nemen
Een onbedoeld gevolg accepteren
  • Poolshoogte nemen
(Eerst) kijken hoe de situatie is
  • Te veel hooi op de vork nemen
meer willen doen dan je aankan, te veel werk op zich nemen, de hoeveelheid werk niet aankunnen
  • Zijn draai nemen
van mening veranderen
Vertalingen