veroveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
veroveren veroverend
verovering veroverd
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ove·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van over met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veroveren
veroverde
veroverd
zwak -d volledig

Werkwoord

veroveren

  1. (militair) een gebied door een militaire operatie in zijn macht nemen
    • Op aanklacht van de aanwezigheid van massavernietigingswapens veroverden de Verenigde Staten Irak. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen