militair

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·li·tair
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Franse militaire ontleend aan het Latijnse militaris ("m.b.t. soldaten"; ook wel "krijger, militair"). Dit laatste is het bijvoeglijke naamwoord bij miles (genitief militis; "soldaat"). De herkomst van miles is onduidelijk. Ofwel gaat het om een Etruskisch leenwoord, ofwel is het een erfwoord met als grondbetekenis iemand die in het gelid marcheert. In het laatste geval zou het verwant zijn met woorden als het Griekse ὅμιλος (hómilos; "menigte, mensenmassa") met het achtervoegsel -air
enkelvoud meervoud
naamwoord militair militairen
verkleinwoord militairtje militairtjes

Zelfstandig naamwoord

militair m

  1. (beroep), (militair) lid van het leger, soldaat
    De militairen bereiden de missie voor.
    Militairen moeten weer in uniform over straat kunnen, bijvoorbeeld als zij onderweg zijn naar hun werk. Dat vinden militaire vakbond AFMP en belangenvereniging VOG. Sinds 2014 mogen militairen hun uniform niet meer dragen als zij onderweg zijn naar hun werk. De organisaties willen hierover in gesprek met minister Hennis van Defensie..[1]
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen militair militairder militairst
verbogen militaire militairdere militairste
partitief militairs militairders -

Bijvoeglijk naamwoord

militair

  1. met het leger te maken hebbend
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • militaire regering
een regering, die gevormd is door hohe militairen, een junta
Vertalingen

Meer informatie

  • Sjoerd Klumpenaar NRC 2 mei 2016