neming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ming
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van nemen met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord neming nemingen
verkleinwoord neminkje neminkjes

Zelfstandig naamwoord

neming v

  1. het nemen, (alleen in samenstellingen)
  2. (juridisch) verbeurdverklaring en rekwisitie van goederen
Hyponiemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.