innemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van nemen met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
innemen
nam in
ingenomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

innemen

  1. (overgankelijk) binnengaan en in bezit nemen
    De stad werd na een fel gevecht ingenomen.
  2. (overgankelijk) fig.: iemand voor zich winnen
    Hij werd volledig ingenomen door de ondeugende glimlach van zijn kleine dochtertje.
  3. (overgankelijk) uit circulatie halen
    Het oude paspoort wordt ingenomen wanneer het nieuwe verstrekt wordt.
  4. (overgankelijk) kleding vernauwen
    Nu je aardig afgevallen bent kunt je beter je dure pak laten innemen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen