meenemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meenemen
/'me.ne.mə(n)/
nam mee
/nɑm 'me/
meegenomen
/meɣənomə(n)/
klasse 4 volledig

Werkwoord

meenemen

  1. overgankelijk bij het vertrek meevoeren
    • Hij nam zijn hond mee op reis. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.