uiteennemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·een·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uiteennemen
nam uiteen
uiteengenomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

uiteennemen

  1. overgankelijk in zijn onderdelen ontbinden
    • Het instrument werd uiteengenomen om het in- en uitwendig te reinigen.