Naar inhoud springen

genomen

Uit WikiWoordenboek
  • ge·no·men

degenomenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord genoom
vervoeging van: nemen…
geen verbogen vorm

genomen

  1. voltooid deelwoord van nemen
    • Gisteren hebben we de trein genomen. 
    • Voor het slapen gaan heb ik nog een wijntje genomen. 
     ‘Ik werk bij een audiovisueel productiebedrijf dat onder meer tv-commercials maakt. Veel bedrijven zeggen deze dagen hun shoots bij ons af. Maar het werk dat vandaag moet gebeuren, kon niet thuis worden gedaan. Ik hoorde gisteren überhaupt pas laat van de genomen maatregelen. Ik had tot laat gewerkt en daarna waren we gaan eten met collega’s.[1]
  1. Bronlink Weblink bron
    Charlotte Huisman
    “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant