Naar inhoud springen

beetnemen

Uit WikiWoordenboek
  • beet·ne·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beetnemen
nam beet
beetgenomen
klasse 4 volledig

beetnemen

  1. overgankelijk vastpakken, in de handen nemen
    • Hij nam zijn tegenstander beet, wierp hem tegen de grond en gaf hem een flinke afstraffing. 
     Ik heb dat trouwens ook gezegd, niet zonder trots heb ik haar verteld dat ze zich niet moest laten misleiden door uiterlijkheden, ook ik had me in een niet al te ver achter mij liggend verleden met vreemden in steegjes opgehouden, zonder die afschuwelijke Brigitte Bardot-coupe, eyeliner en minirokjes, nee ik liet me in grote sloebertruien van de kringloop beetnemen.[1]
  2. overgankelijk iemand een loer draaien, het slachtoffer van een streek maken
    • De leerlingen hadden hun leraar flink beetgenomen en hij stond flink voor aap. 
    • `Ze laten zich dus beetnemen,' zei Nemo tegen de aanvoerder. 'Ze doen precies wat wij willen. Tot zover gaat alles goed. De Koning wordt gebracht naar de plaats die wij willen.' [2] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 101
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be