terugnemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ne·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugnemen
nam terug
teruggenomen
klasse 4 volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

terugnemen

  1. (overgankelijk) een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
    De winkelier weigerde de beschadigde goederen terug te nemen.
  2. (overgankelijk) zich excuseren voor een gedane uitspraak
    Goed, dan neem ik dat terug.
Vertalingen