terugnemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ne·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugnemen
nam terug
teruggenomen
klasse 4 volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

terugnemen

  1. overgankelijk een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
    • De winkelier weigerde de beschadigde goederen terug te nemen. 
  2. overgankelijk zich excuseren voor een gedane uitspraak
    • Goed, dan neem ik dat terug. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.