ontnemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van nemen met het voorvoegsel ont-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontnemen
ontnam
ontnomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

ontnemen

  1. (overgankelijk) zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt
    Hij liet zich zijn plezier niet ontnemen.
Vertalingen