gijzelnemer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gij·zel·ne·mer
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van gijzel en de stam van nemen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord gijzelnemer gijzelnemers
verkleinwoord gijzelnemertje gijzelnemertjes

Zelfstandig naamwoord

gijzelnemer m

  1. iemand die personen in gijzeling neemt
    • De gijzelnemer werd ter plekke neergeschoten. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be