plaatsnemen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsnemen
nam plaats
plaatsgenomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

plaatsnemen

  1. inergatief gaan zitten op een daartoe bestemde plek
    • Zij namen plaats op de vijfde rij van het theater. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.