houden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: houden
Oudnederlands: haldan
Germaans: *haldanan
Indo-Europees: *kelǝ- (heffen)
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: hold (Angelsaksisch: healdan), Duits: halten, (Oudhoogduits: haltan), Nedersaksisch hollen, holden (Oudsaksisch haldan), Fries: hâlde (Oudfries: halda).
Noord: Zweeds: hålla, Deens/Noors: holde, (Oudnoors: halda), IJslands/Faeröers: halda
Oost: Gotisch: haldan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van *holden old => oud met verlies van de l in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
houden
/'ɦɑʊ.də(n)/
hield
/'ɦild/
gehouden
/ɣə.'ɦɑʊ.də(n)/
klasse 7 volledig

Werkwoord

houden

  1. (overgankelijk) niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
    Hij hield het huis, maar zij kreeg de kinderen bij de echtscheiding.
  2. huisdieren verzorgen
    Piet hield kleurkanaries.
  3. het ~ met een verhouding hebben met iemand
    Hij hield het met zijn dienstmeid.
  4. ~ van liefhebben, liefde voelen voor iemand
    Hij hield heel veel van haar.
  5. het ~ op concluderen tot iets
    De politie hield het op een inbraak, maar later bleek dit onjuist.
  6. (wederkerend) zich ~: de schijn aannemen van wat genoemd wordt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Iets voor zich houden.
  • De touwtjes in handen houden.
  • Een herinnering levend houden.
  • Een oogje in het zeil houden.
  • Een spreekbeurt houden.
  • Een zaak aanhouden.
  • Het hoofd koel houden.
  • Iemand in bedwang houden.
  • Iemand in de gaten houden.
  • Iemand in gijzeling houden.
  • Iemand onder schot houden.
  • Iemand op de hoogte houden.
  • Iemand verantwoordelijk houden voor iets.
  • Iemand voor de gek houden.
  • Iets in de gaten houden.
  • Iets op afstand houden.
  • Iets op peil houden.
  • Iets tegen het licht houden.
  • Iets ten doop houden.
  • In toom houden.
  • Laten we het daar maar op houden.
  • Rekening houden met iets.
  • Zich gedeisd houden.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl