houding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

IPA: /ˈhɑudɪŋ/

Woordafbreking
  • hou·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord houding houdingen
verkleinwoord houdinkje houdinkjes

Zelfstandig naamwoord

houding v

  1. een pose
    • Zijn dikke hoofd is als het ware in de modder vastgezogen en zijn ledematen liggen alle kanten op. Vlak naast hem ziet Albert de ander liggen, Louis Thérieux. Ook hij zit voor een deel onder de modder, maar hij heeft zich opgerold en lijkt zo een beetje op een foetus. Het is aangrijpend dat hij zo jong en dan in die houding moest sterven... [3] 
  2. gedragslijn, opstelling
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen