bezighouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zig·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezighouden
hield bezig
beziggehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bezighouden

  1. (overgankelijk) de aandacht afleiden
    Hij hield zo de kinderen even bezig.
  2. (overgankelijk) iets te doen geven
    Met alle examens voor de boeg werden de studenten flink beziggehouden.
  3. (wederkerend) zich ~ met: tijd en inspanning besteden aan. zich ophouden met
    Zij hielden zich bezig met het ontwerp van nieuwe zonnecellen.
Uitdrukkingen en gezegden
  • zich bezighouden met iets
Vertalingen