bezighouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zig·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezighouden
hield bezig
beziggehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bezighouden

  1. overgankelijk de aandacht afleiden
    • Hij hield zo de kinderen even bezig. 
  2. overgankelijk iets te doen geven
    • Met alle examens voor de boeg werden de studenten flink beziggehouden. 
  3. wederkerend zich ~ met: tijd en inspanning besteden aan. zich ophouden met
    • Zij hielden zich bezig met het ontwerp van nieuwe zonnecellen. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • zich bezighouden met iets
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.