openhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openhouden
hield open
opengehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

openhouden

  1. zorgen dat iets open blijft
    • Hij hield de deur open voor de oude vrouw. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • de ogen openhouden
wakker blijven
  • de ogen niet meer kunnen openhouden
heel moe zijn
  • Al had hij zelf wel een geweldige slaap gekregen. Hij kon zijn ogen bijna niet meer openhouden.[1]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 54