Naar inhoud springen

afhouden

Uit WikiWoordenboek
  • af·hou·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afhouden
hield af
afgehouden
klasse 7 volledig

afhouden

  1. overgankelijk op enige afstand laten, niet dichterbij laten komen
    • Je kunt de brandende kaars beter verder van het brandbare gordijn afhouden. 
  2. overgankelijk ~ van zorgen dat iemand iets niet doet, weerhouden [1]
    • Hij werd van het onzalige plan afgehouden. 
  3. overgankelijk, (financieel) aftrekken [1]
    • De schade door het lekkende dat veroorzaakt werd van de huur afgehouden. 
  • je ogen ergens niet vanaf kunnen houden
iets heel aantrekkelijk vinden
 Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden.[1]
 Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden en het voelde alsof ik werd opgeladen.[2]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be