doorgaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgaan
ging door
doorgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

dóórgaan

  1. inergatief ~ met: niet stoppen, blijven
    • Het is altijd nog mogelijk door te gaan. 
  2. door winst te behalen verder kunnen gaan.
    • Het land ging door nadat ze twee keer hadden gewonnen. 
  3. plaatsvinden ondanks voorafgaande twijfel
    • De voetbalwedstrijd gaat ondanks het slechte weer toch door. 
  4. (België) plaatsvinden
    • De opening gaat door op 27 juli. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Onder het juk moeten doorgaan
zich aan andermans macht moeten onderwerpen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgaan
doorging
doorgaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

doorgáán

  1. overgankelijk doorstaan, zien vol te houden.
    • Hij moest de operatie doorgáán zonder verdoving. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van doorgaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
doorgaan

doorgaan

  1. voltooid deelwoord van doorgaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie