doorgaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van gaan met het voorvoegsel door-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgaan
ging door
doorgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

dóórgaan

  1. (inergatief) ~ met: niet stoppen.
    Het is altijd nog mogelijk door te gaan.
  2. door winst te behalen verder kunnen gaan.
    Het land ging door nadat ze twee keer hadden gewonnen.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgaan
doorging
doorgaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

doorgáán

  1. (overgankelijk) doorstaan, zien vol te houden.
    Hij moest de operatie doorgáán zonder verdoving.
Vertalingen