standhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stand·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
standhouden
hield stand
standgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

standhouden

  1. inergatief alle aanvallen weerstaan
    • De stad heeft maandenlang standgehouden. 
  2. blijven beweren
    • Het scheelt weinig of ze zouden nog staande houden dat het veroveren van dertig meter de uitkomst van de oorlog werkelijk kan veranderen en dat vandaag sterven altijd nog beter is dan gisteren. [1] 
Vertalingen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 12