aaneenhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·een·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aaneenhouden
hield aaneen
aaneengehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

aaneenhouden

  1. overgankelijk zorgen dat twee of meer dingen een geheel blijven
    • De boot werd met touwtjes aaneengehouden. 

Gangbaarheid