groothouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
groothouden
hield groot
grootgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

groothouden

  1. wederkerend zich ~: niet toegeven aan de neiging te gaan huilen
    • Hij is nog maar een klein mannetje maar hij heeft zich kranig grootgehouden. 

Gangbaarheid