voortduren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

voortduren

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortduren
duurde voort
voortgeduurd
zwak -d volledig
  1. doorgaan zonder tot een einde te komen
    • Toch bleef de affaire voortduren, volgens het interview dat op 29 januari verschijnt maar nu al is uitgelekt. ,,Of je nu een fan bent of niet: hij is, toegegeven, behoorlijk fascinerend’’, aldus Daniels.[1] 
    • Als de opwarming op lange termijn blijft voortduren, dan voorziet de WMO érg zorgelijke'ontwikkelingen. Zoals toenemende kooldioxideconcentraties, zeespiegelstijging en verzuring van de oceanen.[2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 18 jan. 2018
  2. Tubantia Rosa Oosterhoff 18-JANUARI-2018