overhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overhouden
hield over
overgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

overhouden

  1. nog hebben nadat al het nodige is verdeeld of gebruikt
    • Hij hield nog één plank over nadat hij de kast in elkaar had gezet. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.