onderhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • on·der·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderhouden
onderhield
onderhouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

(niet scheidbaar)
onderhóúden

  1. zorgen dat iets in goede staat blijft, van zaken
    • Ik onderhoud mijn auto goed. 
  2. zorgen dat iets in goede staat blijft, met betrekking tot contact, relaties
    • De politieagent onderhield nauwe contacten met criminelen. 
    • Hij is met hem altijd een innige vriendschap blijven onderhouden. 
    • Hij onderhield geen contact meer met zijn kinderen. 
  3. zich ~ met: een gesprek houden met iemand
    • Ik onderhield me met mijn tafelgenoot. 
    • Gisteren hebben ze me onderhouden over het geslachtsleven van tropische insecten.[1] 
    • Ik onderhoud me graag met mensen uit alle mogelijke culturen. 
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderhouden
hield onder
ondergehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
ónderhouden

  1. iemand onder de waterspiegel of onder de duim houden.
    • De tegenstander werd er maar nipt ondergehouden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen